Vonnis 28 oktober 2024 arbeidsrechtbank Antwerpen
De arbeidsrechtbank Antwerpen, afdeling Turnhout boog zich over een geschil waarbij een werkneemster werd ontslagen om dringende reden, omdat zij volgens haar werkgever concurrerende activiteiten zou hebben uitgeoefend en een concurrerende eenmanszaak had opgericht.
De rechtbank stelde vast dat de werkgever onvoldoende bewijs leverde van feiten die een ontslag om dringende reden konden verantwoorden. De vordering tot betaling van een opzeggingsvergoeding werd daarom gegrond verklaard.
Daarnaast voerde de werkneemster aan dat het ontslag discriminerend was, aangezien het plaatsvond tijdens een periode van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank oordeelde dat niet was aangetoond dat haar gezondheidstoestand aan de basis van het onstlag lag. Ook de subsidiaire vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag werd afgewezen.