persbericht REA Antwerpen: 91 beklaagden veroordeeld voor hun betrokkenheid bij een grootschalige criminele organisatie
Op 10 maart 2026 veroordeelde de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, 91 beklaagden voor hun betrokkenheid bij een grootschalige criminele organisatie die zich bezighield met de invoer en uithaling van cocaïne in de haven van Antwerpen. De rechtbank legde gevangenisstraffen tot 13 jaar en geldboetes tot 120.000 euro op en verklaarde in totaal meer dan 45 miljoen euro verbeurd. Twaalf beklaagden werden vrijgesproken.
Uit het strafdossier blijkt dat het een bijzonder grote organisatie betrof met talrijke leden van een familie die zich vanuit Turkije in België had gevestigd en zich op professionele wijze bezighield met de uithaling van grote partijen cocaïne uit de Antwerpse haven. Daartoe kregen zij opdrachten onder meer vanuit het Albanese criminele milieu.
Zij konden daarbij rekenen op connecties binnen de Antwerpse haven en werkten zelf op sleutelposities binnen deze haven. De organisatie kon beroep doen op vele handlangers en ging over tot omkoping van ambtenaren, waaronder politieagenten, om de criminele activiteiten af te schermen en opsporing en vervolging te bemoeilijken.
Met de criminele winsten onderhielden zij heel wat andere leden van de familie, die op grote schaal meewerkten aan het witwassen van deze inkomsten. Zij hadden vennootschappen als dekmantels, lieten zich (fictieve) lonen uitbetalen op basis waarvan ze leningen verkregen bij hypothecaire kredietverstrekkers om hiermee onroerende goederen aan te kopen. Er werden ook grote sommen geld versluisd naar het buitenland. Vele leden van de familie hadden, ondanks hun uiterst beperkte officiële inkomsten of uitkeringen, een luxueuze levensstijl.
Om hun grip op het criminele milieu te behouden en hun illegale activiteiten veilig te stellen, deinsden zij er niet voor terug om gebruik te maken van geweld en bedreigingen. Personen die de organisatie tegenwerkten, haar belangen schaadden of zich niet aan de opgelegde regels hielden, werden geïntimideerd of het slachtoffer van geweld.
De rechtbank oordeelde dat 91 van de 104 beklaagden schuldig zijn aan een reeks ernstige feiten, waaronder invoer, uitvoer en vervoer van middelen zonder vergunning, opzettelijke slagen, valsheid in geschriften, omkoping, oplichting, fraude en witwasmisdrijven. De feiten getuigen van een gebrekkig normbesef en een extreme zucht naar gemakkelijk geldgewin. De organisatie vormde volgens de rechtbank een bedreiging voor de openbare veiligheid, tastte de rechtsstaat aan en had een ontwrichtende impact op de samenleving en de reguliere economie.
De rechtbank benadrukte dat dergelijke grootschalige criminaliteit streng moet worden bestraft. Zij hield bij het beoordelen van de strafmaat echter ook rekening met het tijdsverloop sinds de feiten en met de beperkte schending van de redelijke termijn die zij vaststelde. Deze schending was onder meer het gevolg van de moeilijke raadpleegbaarheid van de gegevensdragers die de tapgesprekken bevatten.
De vier leiders van de criminele organisatie werden veroordeeld tot gevangenisstraffen van 10 tot 13 jaar en geldboetes tussen 80.000 en 120.000 euro.
83 andere beklaagden kregen gevangenisstraffen opgelegd tot 9 jaar alsook geldboetes. Aan tien van hen legde de rechtbank bovendien een beroepsverbod op.
Verder werden heel wat (luxe)goederen, onroerende goederen en in totaal meer dan 45 miljoen euro aan vermogensvoordelen verbeurd verklaard.
Eén beklaagde werd enkel veroordeeld tot een geldboete en voor één beklaagde stelde de rechtbank de eenvoudige schuldigverklaring vast. Aan twee beklaagden legde de rechtbank geen bijkomende bestraffing op, nu zij reeds voldoende bestraft werden voor feiten die de uitvoering waren van eenzelfde misdadig opzet.
Twaalf beklaagden werden vrijgesproken en één beklaagde overleed tijdens de procedure.
Luc De Cleir
woordvoerder REA Antwerpen
0472/90.13.56