persbericht REA Antwerpen - politieagent bij de Federale Gerechtelijke Politie Antwerpen

23/06/2026

Op 23 juni 2026 veroordeelde de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, een politieagent bij de Federale Gerechtelijke Politie Antwerpen tot een gevangenisstraf van 10 maanden en een geldboete van 16.000 euro, beide met uitstel. De man verrichtte in de uitoefening van zijn functie onwettige opzoekingen in databanken en maakte zich schuldig aan schending van het beroepsgeheim en voyeurisme.

Als politieagent bij de FGP had de beklaagde toegang tot verschillende databanken, zoals het Rijksregister, de databanken van de DIV en de KBO, de ANG-databank en de databanken rond SKY ECC. Voor elke raadpleging moet een gebruiker bij de politie systematisch en duidelijk een motivering opgeven. Tussen 2019 en 2023 voerde de beklaagde herhaaldelijk opzoekingen uit naar verschillende personen, met als motivering de vage term ‘onderzoek’ of de naam van andere dossiers die geen link hadden met de opgezochte personen.

Voor een deel van deze opzoekingen sprak de rechtbank hem vrij, omdat zijn schuld niet boven iedere redelijke twijfel was aangetoond. Voor een ander deel stelde de rechtbank vast dat deze opzoekingen duidelijk niet kaderden in zijn dienstuitoefening. Hij werd onder meer veroordeeld voor schending van het recht op eerbiediging van het privéleven en onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens. De rechtbank benadrukte dat de feiten ernstig zijn en niet worden getolereerd. De beklaagde maakte op grote schaal misbruik van zijn functie, terwijl het voor zich spreekt dat hij als politieagent zorgvuldig met de beschikbare databanken en gegevens moet omgaan. De rechtbank tilde bovendien zwaar aan het feit dat de beklaagde blijkbaar geen lessen heeft getrokken uit een eerdere opschorting van de uitspraak van de veroordeling in 2007 voor gelijkaardige feiten.

Naast deze onwettige opzoekingen gaf de beklaagde aan derden informatie door over lopende gerechtelijke onderzoeken en/of gebeurtenissen in het Antwerpse drugmilieu. Voor zover niet boven iedere redelijke twijfel vaststond dat de beklaagde de informatie die hij deelde heeft verkregen vanuit zijn tewerkstelling bij de politie, werd hij hiervoor vrijgesproken. Voor het delen van informatie waarvan hij kennis had door zijn functie, oordeelde de rechtbank dat hij hierdoor zijn beroepsgeheim schond, wat het maatschappelijk vertrouwen in de overheid op ernstige wijze ondermijnt.

Verder bleek dat de beklaagde naaktfoto’s had opgeslagen van een verdachte in een onderzoek waarbij hij verantwoordelijk was voor de uitlezing van gsm-toestellen. De rechtbank stelde vast dat de beklaagde zich hiermee schuldig maakte aan voyeurisme.

De beklaagde werd daarnaast vervolgd voor valsheid in geschriften en oplichting met betrekking tot twee facturen die hij had opgemaakt voor verplaatsingen in het kader van tolkopdrachten, terwijl hij geen recht had op deze vergoedingen. De rechtbank sprak hem vrij voor deze feiten, nu niet boven elke redelijke twijfel was aangetoond dat de beklaagde handelde met het bedrieglijk opzet om de Belgische Staat op te lichten.

De beklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden, met uitstel voor een termijn van 5 jaar, en een geldboete van 16.000 euro, met uitstel voor een termijn van 3 jaar. Gelet op de persoonlijke situatie van de beklaagde was de rechtbank van oordeel dat uitstel van tenuitvoerlegging kon worden verleend, wat de beklaagde moet motiveren in de toekomst geen strafbare feiten meer te plegen.