“Ik wil heel graag de diplomatische figuur zijn die voor rust en efficiënte zorgt”

08/09/2026

Op donderdag 3 september legde Steven Vancraeyveldt de eed af als voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen. Hij volgt in die functie Paul Dauw op. “Ik pleit voor een rechtbank die zich dienstbaar opstelt in de samenleving.”

Tijdens uw eedaflegging als voorzitter bleek dat u al een rijkgevulde loopbaan binnen justitie achter de rug hebt.

Steven Vancraeyveldt: Ik ben in 1999 gestart als advocaat aan de balie van Kortrijk. In die functie behandelde ik dossiers uit verschillende rechtsmateries (familierecht, huur, commerciële geschillen, verkeerszaken,…). Ik heb steeds een grote voorliefde gehad voor het strafrecht. Zo heb ik een 15-tal assisenzaken gepleit, zowel aan de zijde van de verdediging als aan de zijde van de burgerlijke partijen. Ik ben ook actief geweest als voorlopig bewindvoerder en als raadsman van geesteszieken in het kader van de toenmalige wetgeving rond gedwongen opnames.

Wanneer hebt u de overstap naar de magistratuur gemaakt?

Steven Vancraeyveldt: Deels al in 2013, toen ik werd benoemd als plaatsvervangend rechter in de rechtbank van eerste aanleg van Kortrijk. De volledige overstap kwam twee jaar later, meer bepaald in januari 2015, met mijn benoeming als rechter in de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen.

De eerste vijf jaar was ik verbonden aan de afdeling Ieper. Daar heb ik vooral correctionele zaken, familiezaken en verkeerszaken behandeld. Vervolgens ben ik vier jaar actief geweest als onderzoeksrechter in de afdeling Kortrijk. Vanaf 2024 zetelde ik als politierechter in Brugge.

Hebt u bepaalde inzichten of ervaringen uit de advocatuur meegenomen naar de magistratuur?

Steven Vancraeyveldt: Ik heb geleerd om met een ruime blik naar de dingen te kijken. Dat deed ik als advocaat, maar later ook als magistraat. Ik durf van mijzelf te zeggen dat ik sociaalvoelend en empathisch van inborst ben. Ik heb altijd geprobeerd om mijn job op een menselijke manier in te vullen.

Daarnaast leer je in de loop der jaren uiteraard veel zaken. Laat me zeggen dat het een bijzonder grote meerwaarde was om over diverse materies te pleiten en in verschillende afdelingen van onze rechtbank te zetelen.

Waarom stelde u zich kandidaat om voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen te worden?

Steven Vancraeyveldt: Ik verlangde er reeds enige tijd naar om een meer leidinggevende rol te gaan spelen. Ik meen door mijn ervaring en leeftijd een zekere maturiteit te hebben verworven die zich hiertoe leent. Ik meen in alle bescheidenheid te mogen stellen dat ik een open en sociaal persoon ben die motiverend en bemiddelend kan optreden, die goede relaties kan aanknopen en onderhouden met de griffie en met de andere actoren van justitie zoals bijvoorbeeld de balie, het openbaar ministerie en het hof van beroep. 

Ik ben er mij van bewust dat het voor justitie momenteel turbulente tijden zijn. Ik wil heel graag de diplomatische figuur zijn die voor rust en efficiënte zorgt, mee instaat voor de goede werking van de rechtbank en de magistraten aanstuurt. Dit met het oog op een kwaliteitsvolle, moderne en maatschappelijk verankerde rechtspraak in West-Vlaanderen, ten behoeve van de burger.

Die burger wordt steeds mondiger, en is vaak heel kritisch voor justitie.

Steven Vancraeyveldt: Daarom pleit ik voor een rechtbank die zich dienstbaar opstelt in de samenleving. De rechtbank als rechtsprekend orgaan is een elementair onderdeel van de democratische rechtstaat. Binnen het maatschappelijk gebeuren neemt de rechtbank een belangrijke rol in. De rechtbank mag zich niet als entiteit afsluiten, maar moet meer dan ooit een open en dienstbare houding aannemen naar burgers, pers, onderwijsinstellingen, het gevangeniswezen, sociale instellingen… Tegelijk moeten we de dialoog voeren met andere rechtscolleges, met de balie en het openbaar ministerie.

Het is daarom belangrijk dat we als justitie open en helder communiceren. Denk bijvoorbeeld aan het geven van de nodige duiding bij bepaalde maatschappelijk relevante vonnissen. Uiteraard pas nadat ze zijn uitgesproken, want we moeten ten allen tijde het risico op enige vorm van (schijn van) partijdigheid vermijden. Maar we beschikken tegenwoordig over verschillende kanalen om als rechtbank te communiceren. Laat ons daar zeker gebruik van maken.

Op welke andere thema’s wilt u zich als voorzitter de komende jaren focussen?

Steven Vancraeyveldt: Ik hoop een bijdrage te leveren aan het creëren van een rustige en aangename werkomgeving ten behoeve van de rechters, de griffiers en alle medewerkers. De kerntaak van de magistraten binnen onze rechtbank, is recht spreken. Dit gebeurt best in een omgeving waar het aangenaam werken is en waar rust heerst. Rechters die zich goed voelen, schrijven ook goede vonnissen.

Daarnaast hecht ik veel belang aan de verdere integratie van de vier afdelingen en haar magistraten in de rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen. De vier afdelingen met hun afdelingsvoorzitters blijven hierbij hun rol vertolken. Ze bieden onder meer een geografisch verzekerde “toegang tot de rechter” voor rechtzoekenden uit de verder afgelegen regio’s van de provincie. 

De noden van onze afdelingen moeten beter op elkaar afgestemd worden. We moeten daarom streven naar een grotere uniformiteit in de werking. De verdere uitbouw van de noord-as en de zuid-as binnen onze provincie kan hierbij van grote waarde zijn.

Op provinciaal gebied is de werking van de secties van cruciaal belang. Die verbindt immers de magistraten over de vier afdelingen en versterkt op die manier het eenheidsgevoel van onze rechtbank.

U bent afgelopen zomer 50 jaar geworden. Doet de leeftijd of de ongenadig voortschrijdende tijd u anders naar het leven kijken?

Steven Vancraeyveldt: Naarmate je ouder wordt, doe je meer levenservaring op en groeit je vertrouwen in wat je onderneemt. Je leert ook veel meer relativeren en je staat een stuk milder in het leven. Misschien zijn dit ook eigenschappen die van belang kunnen zijn als voorzitter…

Tekst: Peter Catthoor