Beklaagde veroordeeld wegens misbruik van vertrouwen

26/02/2025

De rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, heeft een juwelier uit Gent veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden met uitstel voor een termijn van 5 jaar, en een geldboete van 4.000 euro. Er werd hem ook een bestuurdersverbod voor een periode van 5 jaar opgelegd. De juwelier had diverse horloges, een gouden ketting met hanger, gouden juwelen, munten en een diamant van klanten bedrieglijk verduisterd of verspild.

Feiten

Op 2 februari 2023 legt een vrouw een klacht neer tegen een juwelier en diens vennootschap, en dit wegens vermeende feiten omschreven als diefstal, misbruik van vertrouwen en oplichting. De vrouw had verschillende gouden juwelen, munten en een diamant (verwerkt in een gouden hanger) aan de juwelier gegeven, met de vraag om deze te herwerken tot nieuwe juwelen (een schakelarmband en een ring met de diamant). De vrouw ontving hiervoor zes ontvangstbewijzen

De maanden nadien vroeg de vrouw meermaals naar de stand van zaken, maar ze werd naar eigen zeggen steeds aan het lijntje gehouden via allerhande smoezen. Toen de juwelier uiteindelijk een nieuwe ring ter beschikking stelde, bleek de juwelier te willen kiezen voor een grotere en duurdere diamant. De oorspronkelijke opdracht werd naderhand niet uitgevoerd. De juwelier antwoordde ontwijkend op alle vragen over de locatie of bestemming van haar sieraden. Op de vraag om alle sieraden terug te geven, kwam geen antwoord meer.

Een andere vrouw legt een gelijkaardige klacht neer. Zij had twee jaar eerder een horloge binnenbracht in de juwelierswinkel om het te laten herstellen, maar had dit nog steeds niet teruggekregen. Eenzelfde klacht was reeds op 6 oktober 2022 door een andere vrouw bij de politie neergelegd.

In november 2023 volgen nog twee andere klachten van een man en een vrouw. Zij vroegen aan de juwelier respectievelijk om juwelen te bewerken en enkele horloges te verkopen. Ook zij kregen nooit het gevraagde en voelden zich door de juwelier bedrogen. De vrouw heeft de indruk dat de juwelier haar horloges niet meer heeft, en de opbrengst van de verkoop in zijn eigen zak heeft gestoken.

Tenlasteleggingen

Op basis van deze feiten moesten de juwelier (eerste beklaagde) en zijn vennootschap (tweede beklaagde) zich voor de rechtbank verantwoorden voor misbruik van vertrouwen. Concreet ging het om het bedrieglijk verduisteren/verspillen van diverse horloges, een gouden ketting met hanger, gouden juwelen, munten en een diamant die door diverse klanten waren bezorgd om te verkopen of om er nieuwe juwelen van te maken. Alle feiten vonden plaats tussen januari 2020 en augustus 2024. 

Vonnis rechtbank van eerste aanleg

De rechtbank veroordeelde de beklaagde tot een gevangenisstraf van 10 maanden met uitstel voor een termijn van 5 jaar, en een geldboete van 4.000 euro. Er werd hem ook een bestuurdersverbod voor een periode van 5 jaar opgelegd.

Aan de diverse burgerlijke partijen moet de eerste beklaagde een totale schadevergoeding van 53.354,5 euro en een totale rechtsplegingvergoeding van 6.000 euro betalen.

Motivering rechtbank

Bij het bepalen van de strafmaat hield de rechtbank onder andere rekening met volgende elementen:

  • Het staat vast dat de juwelier de horloges, juwelen, munten en een edelsteen met bedrieglijk opzet heeft verduisterd. Hij heeft zich deze goederen op een gegeven moment toegeëigend met de wil er als eigenaar over te beschikken.
  • De slachtoffers werden langdurig materieel ontgriefd. Ze ondervonden ook emotioneel nadeel, gelet op de emotionele waarde van de sieraden en de onzekerheid wat daarmee zou zijn gebeurd.
  • De eerste beklaagde misbruikte herhaaldelijk op grove wijze het rechtmatig vertrouwen dat zijn cliënten, waarvan sommigen reeds járen bij hem kwamen, in hem stelden. Dit getuigt zonder meer van een uiterst onbetrouwbare ingesteldheid en een volstrekt gebrek aan respect voor andermans eigendomsrecht. Dit is des te erger gelet op de branche waarin de feiten en de werkzaamheden van de eerste beklaagde zich situeerden (met name de juwelen- en horlogebranche). Zulk gedrag verzuurt het economisch klimaat, en dreigt andere – wel diligente – personen berooid achter te laten.
  • De eerste beklaagde toonde weinig tot geen daadwerkelijk schuldinzicht.
  • Omwille van de duidelijk pecuniaire insteek van de bewezen verklaarde feiten, werd de maximale geldboete opgelegd.
  • Omwille van het blanco strafverleden van de eerste beklaagde, en in het bijzonder zijn kennelijk precaire gezondheidssituatie, werd de gevangenisstraf integraal verleend met de gunst van het gewoon uitstel.
  • Naast de eerste beklaagde waren ook twee andere personen bestuurder van de tweede beklaagde. Uit het strafdossier bleek onvoldoende dat de tweede beklaagde daadwerkelijk ervoor koos om zich in te laten met de tenlasteleggingen. Om die reden is de tweede beklaagde vrijgesproken.