Beklaagde vrijgesproken voor opzettelijke slagen en verwondingen aan een veiligheidsagent tijdens bezetting rectoraat Universiteit Gent

24/04/2026

De rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent heeft een man vrijgesproken die tijdens de bezetting van het rectoraat van de Universiteit Gent een veiligheidsagent een slag/stamp in de rug zou hebben gegeven. Er kon niet met de vereiste gerechtelijke zekerheid besloten worden dat de beklaagde effectief die betreffende betoger was.

Feiten 

Op 24 mei 2024 drongen een twintigtal betogers het rectoraat van de Universiteit Gent binnen om te protesteren tegen de oorlog in Gaza en de samenwerking van de universiteit met Israël. Hierbij werd een deur met geweld opengeduwd. Een medewerker van de RUG kwam hierbij ten val, terwijl een andere verwondingen opliep aan de voorarmen.

Een veiligheidsagent van de RUG werd door verschillende personen op de grond geduwd. Hij verklaarde dat een gemaskerde mannelijke betoger hem met zijn elleboog een stamp in de rug had gegeven. De veiligheidsagent, die later 16 dagen arbeidsongeschikt bleek te zijn, kon de politie een foto tonen van de gemaskerde betoger. Volgens de veiligheidsagent werd de stamp uitgedeeld door een mannelijke betoger. 

Nadat enkele betogers spontaan het gebouw verlieten, werden tien overgebleven betogers gearresteerd. De beklaagde was in die groep van tien personen de enige man.

Tenlastelegging

De beklaagde moest zich voor de rechtbank verantwoorden wegens opzettelijke slagen en verwondingen, met arbeidsongeschiktheid tot gevolg.

Beoordeling rechtbank 

De rechtbank heeft de beklaagde vrijgesproken. Er kon niet met de vereiste gerechtelijke zekerheid besloten worden dat de beklaagde effectief de gemaskerde persoon was die de veiligheidsagent een slag/stamp in de rug had gegeven.

De rechtbank baseerde zich hierbij op volgende elementen:

  • Op het ogenblik van de feiten is er geen formele identificatie van de beklaagde gebeurd. Hoewel de veiligheidsagent verklaarde dat hij een foto van zijn agressor had, is het niet zeker dat hij een goed zicht had op deze persoon. Er was immers sprake van duw- en trekwerk tussen verschillende personen. Bovendien verklaarde de veiligheidsagent dat hij in de rug werd geslagen/gestampt.

  • Een vrouwelijke medewerker van de RUG zag hoe de veiligheidsagent door verschillende personen omver werd geduwd, maar zij kon niet zeggen welke betoger daarvoor verantwoordelijk was.
  • Het feit dat de beklaagde de enige man was die zich onder de geïdentificeerde betogers bevond, is op zich onvoldoende om vast te stellen dat hij de feiten zou hebben gepleegd. De rechtbank wijst op het feit dat er niet-geïdentificeerde betogers de groep en het gebouw al hadden verlaten alvorens de politie de overige betogers bestuurlijk aanhield. Er kan dan ook niet met zekerheid worden vastgesteld dat de beklaagde de enige man was in de hele groep betogers.