De politierechtbank Antwerpen, afdeling Turnhout, heeft op 5 februari 2026 een werkstraf van 300 uur opgelegd aan een bestuurder die betrokken was bij een zwaar verkeersongeval met dodelijke afloop. Daarnaast werd hij veroordeeld tot een rijverbod van drie jaar, gekoppeld aan herstelvoorwaarden, en tot diverse geldelijke bijdragen en kosten. Tevens verklaart de rechtbank de bestuurder rijongeschikt, dit betekent: met onmiddellijke ingang een rijverbod als veiligheidsmaatregel. Die maatregel eindigt pas wanneer een rechter zal oordelen, bijvoorbeeld op basis van een haaranalyse, dat het alcoholprobleem is opgelost.
De rechtbank oordeelde dat de beklaagde zich schuldig maakte aan een zeer hoge graad van onvoorzichtigheid. Hij reed een goed zichtbaar kruispunt op zonder voorrang te verlenen, terwijl hij onder invloed was van alcohol. Uit het vonnis blijkt dat zijn waarnemings- en reactievermogen ernstig was aangetast, wat rechtstreeks bijdroeg tot het ongeval waarbij een jonge passagier ter plaatse om het leven kwam.
De rechtbank benadrukte dat geen enkele straf het leed van de nabestaanden kan wegnemen, maar dat een duidelijke straf noodzakelijk is om zowel de maatschappelijke norm te bevestigen als de persoonlijke verantwoordelijkheid van de beklaagde te onderstrepen.
Hoewel de wet een gevangenisstraf mogelijk maakte, koos de rechtbank bewust voor een autonome werkstraf. In haar motivering stelt zij dat een gevangenisstraf een ultiem middel is en dat in dit dossier het doel van de straf – bescherming van de samenleving, responsabilisering en re-integratie – beter wordt bereikt via een werkstraf.
De rechtbank wees erop dat:
-
de beklaagde geen strafverleden had;
-
hij intussen in behandeling is voor zijn alcoholprobleem en begeleiding volgt;
-
hij zich ook residentieel heeft laten behandelen voor de verslavingsproblematiek;
-
hij opnieuw aan het werk is en maatschappelijk functioneert;
-
de impact van het rijverbod op beklaagde heel groot is gegeven zijn verre woonwerkverplaatsingen. De rechtbank houdt er rekening mee dat deze bestraffing hem mogelijks zal dwingen tot verhuis of het zoeken van ander werk.
Een werkstraf van deze omvang – het wettelijk maximum van 300 uur – wordt door de rechtbank expliciet gekwalificeerd als een zware en betekenisvolle sanctie, die een langdurige en concrete inspanning vraagt ten voordele van de samenleving.
Met dit vonnis wil de rechtbank een helder signaal geven dat zware verkeersovertredingen met dramatische gevolgen niet onbestraft blijven. Tegelijk onderstreept zij dat een straf niet louter vergeldend hoeft te zijn, maar ook moet bijdragen aan verantwoordelijkheid, gedragsverandering en maatschappelijke meerwaarde.
De burgerlijke vorderingen werden aangehouden voor een latere zitting.
Luc De Cleir
woordvoerder
politierechtbank Antwerpen
0472/90.13.56
Luc.DeCleir@just.fgov.be