De rechtbank van eerste aanleg Leuven heeft vandaag een beklaagde veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf voor onder meer poging tot doodslag. In september 2025 viel de beklaagde tijdens een schermutseling in een woning in Kessel-Lo zijn oom aan met een schroevendraaier. Volgens de rechtbank had hij daarbij de bedoeling om het slachtoffer te doden.
Feiten
De feiten deden zich voor op zondagavond 14 september 2025 in een woning in Kessel-Lo, waar de beklaagde op dat moment samen met zijn oom en grootvader woonde. In de woning waren op dat moment, naast de beklaagde en zijn vriendin (op de eerste verdieping), ook zijn oom (op de tweede verdieping) en zijn grootvader (in de woonkamer op het gelijkvloers) aanwezig.
Rond 20.00 uur begaf de oom zich naar de kamer van de beklaagde op de eerste verdieping om hem en zijn vriendin aan te manen wat rustiger te zijn. Nadien trok de oom zich terug in zijn eigen kamer op de tweede verdieping.
Rond 20.30 uur betrad de beklaagde de kamer van zijn oom op de tweede verdieping. De oom lag op dat moment op zijn bed. De beklaagde verweet zijn oom dat hij zijn moeder had gebeld, waarna zij de beklaagde had gecontacteerd. Volgens de verklaringen van de oom zou de beklaagde hem daarop een vuistslag in het gezicht hebben gegeven, hem tegen een houten rek hebben geworpen en hem daar nog meerdere slagen hebben toegebracht. Nog volgens de oom sleurde de beklaagde hem aan de haren naar de deur en nam de beklaagde een blauwe schroevendraaier vanop het bureau, waarmee hij hem aan de linkerzijde van de hals begon te steken. Daarbij zou de beklaagde hebben uitgeroepen: “Ik zit er bijna door.”
Tijdens de schermutseling kwam ook de vriendin van de beklaagde de kamer op de tweede verdieping binnen. Zij riep herhaaldelijk dat de beklaagde moest stoppen en kon de beklaagde van zijn oom wegtrekken, waardoor de vriendin zelf eveneens slagen van de beklaagde moest incasseren. De vriendin slaagde er wel in om de schroevendraaier af te pakken. Slechts dankzij dit ingrijpen van haar kon worden voorkomen dat de beklaagde zijn oom gerichte steekwonden toebracht.
Op een bepaald moment slaagde de oom erin de deur te bereiken en vluchtte hij naar de woonkamer op het gelijkvloers, waar hij de hulpdiensten wilde verwittigen. Terwijl hij daarmee bezig was, kwam ook de beklaagde de woonkamer binnen. Deze begon opnieuw op zijn oom in te slaan. De grootvader, die eveneens in de woonkamer aanwezig was, riep daarop dat de beklaagde moest stoppen. De beklaagde keerde zich vervolgens tegen zijn grootvader, een zwaar hulpbehoevende man, en gaf hem drie slagen in het gezicht. Daarna gaf hij zijn oom opnieuw enkele slagen en verliet hij de woonkamer. Kort daarop kwam de politie ter plaatse.
De oom, de grootvader en de vriendin van de beklaagde liepen bij de feiten slechts lichte verwondingen op.
Uit de vaststellingen van de politie en uit de verklaringen van alle betrokkenen blijkt dat de beklaagde zich op het ogenblik van de feiten in een staat van dronkenschap of een soortgelijke toestand bevond, als gevolg van het gebruik van drugs of medicatie. Volgens zijn vriendin en familie kan de beklaagde zeer agressief worden wanneer hij onder invloed is.
De beklaagde heeft een ongunstig strafblad. In het verleden werd hij al meermaals strafrechtelijk veroordeeld. Twee van deze veroordelingen hadden betrekking op eerdere feiten van geweldpleging.
Oordeel rechtbank
De rechtbank verklaart de beklaagde schuldig aan poging tot doodslag op zijn oom (tenlastelegging A), aan het gebruik van een schroevendraaier als wapen (tenlastelegging B), aan het opzettelijk toedienen van slagen of verwondingen aan zijn vriendin, waardoor zij enige tijd arbeidsongeschikt was (tenlastelegging C), en aan het opzettelijk toedienen van slagen of verwondingen aan zijn grootvader, die als kwetsbare persoon wordt beschouwd (tenlastelegging D).
Volgens de rechtbank had de beklaagde wel degelijk de bedoeling om zijn oom te doden met een schroevendraaier. Zij verwijst daarbij onder meer naar het verslag van de wetsgeneesheer, die bevestigde dat het slachtoffer twee steekwonden in de hals had “die passen bij het uithalen (steken) met een schroevendraaier”. Dat verslag ondersteunt de verklaring van het slachtoffer.
De rechtbank benadrukt dat een steekwonde in de linkerkant van de hals bijzonder gevaarlijk en zelfs levensbedreigend kan zijn. Zelfs bij een beperkte diepte van enkele centimeters kunnen vitale bloedvaten worden geraakt. Het risico op overlijden bij een steekwonde in de hals is algemeen bekend. De beklaagde moet zich dus bewust zijn geweest van de mogelijke gevolgen van zijn daden op het moment dat hij de steekwonden toebracht.
Wel stelt de rechtbank vast dat er geen sprake was van voorbedachtheid. Daarom wordt de kwalificatie gewijzigd van poging tot moord naar poging tot doodslag. Dat de beklaagde een schroevendraaier als geïmproviseerd wapen gebruikte, toont volgens de rechtbank aan dat hij impulsief handelde, in een hevige gemoedstoestand, en niet volgens een vooraf bedacht plan om zijn oom te doden.
Strafmaat
De rechtbank legt de beklaagde voor de bewezen feiten A, B, C en D een effectieve gevangenisstraf van 7 jaar op.
Motivering rechtbank
De aard en ernst van de feiten rechtvaardigen een strenge straf. Daarbij houdt de rechtbank rekening met het feit dat de beklaagde zich in staat van wettelijke herhaling bevindt.
Deze feiten tonen aan dat de beklaagde een agressieve en gewelddadige ingesteldheid heeft en weinig respect toont voor de lichamelijke en psychische integriteit van anderen.
Gewelddadige uitbarstingen zoals die van de beklaagde zijn in onze samenleving totaal onaanvaardbaar. Ze vormen een ernstige bedreiging voor de veiligheid en het welzijn van anderen. De samenleving moet dan ook worden beschermd tegen de agressieve houding van de beklaagde.