06/01/2026

De rechtbank van eerste aanleg in Leuven heeft vandaag 17 beklaagden veroordeeld voor hun betrokkenheid bij de diefstal van voertuigen, die zij vervolgens via zeecontainers naar het Afrikaanse continent uitvoerden. De diefstallen van deze (vaak vooraf bestelde) voertuigen vonden niet enkel in ons land plaats, maar ook in buurlanden als Nederland, Frankrijk en Duitsland. Hoewel de beklaagden niet altijd in dezelfde samenstelling opereerden, stelde de rechtbank vast dat zij deel uitmaakten van een professioneel georganiseerd samenwerkingsverband dat louter gericht was op winstbejag.

Feiten 

Het onderzoek in deze zaak startte in juni 2020 naar aanleiding van een reeks voertuigdiefstallen in de omgeving van Leuven (in Aarschot en Kortenberg). Uit het eerste sporen- en telefonieonderzoek kwam de mogelijke betrokkenheid van 'beklaagde 1' naar voren. 

Op 23 december 2020 werd daarop een gerechtelijk onderzoek geopend. Tijdens dit onderzoek werd gebruik gemaakt van een breed scala aan technieken om de organisatie en haar activiteiten in kaart te brengen. Zo werd onder meer beroep gedaan op forensisch en telecomonderzoek, op de resultaten van observaties op verschillende locaties, op analyses van beschikbare ANPR‑camerabeelden, op digitale analyses, op de tracering van financiële transacties en op internationale samenwerking met andere landen.

Dit onderzoek bracht een ruimer netwerk aan het licht dat zich bezighield met de diefstal van zorgvuldig uitgekozen voertuigen in België en in de buurlanden Nederland, Frankrijk en Duitsland, met als doel de export ervan via zeecontainers naar Afrikaanse landen.

De werkwijze van de organisatie verliep doorgaans volgens hetzelfde georganiseerde patroon. Na de diefstal werden de voertuigen eerst voorzien van valse nummerplaten om ze zo onopvallend mogelijk te kunnen verplaatsen. Vervolgens werden ze tijdelijk gestald op afgelegen terreinen, in garageboxen of in loodsen, onder meer in Bonheiden, Sint-Pieters-Leeuw, Lessen, Bergen, Grez-Doiceau en Rumst. Deze locaties waren uitgerust met voorzieningen zoals oprijschansen om het laden van voertuigen in containers te vergemakkelijken.

Voor de verplaatsingen naar deze tijdelijke opslagplaatsen maakte de organisatie gebruik van verschillende rijroutes en begeleidende voertuigen. De gestolen wagens werden bovendien pas na enige tijd in een zeecontainer geladen. De organisatie hanteerde bewust een “afkoelperiode” om de kans op betrapping te verkleinen.

Na deze "afkoelperiode" werden de zeecontainers doorgaans geboekt met valse identiteitspapieren. In de containers werden de voertuigen gecamoufleerd, vaak onder matrassen en huishoudmateriaal. Ook werd de inhoud op de vrachtbrieven bewust anders omschreven. De containers werden vervolgens naar de haven van Antwerpen gebracht voor verscheping naar Afrika.

Deze feiten speelden zich af tussen minstens 15 mei 2020 en 28 april 2021.

Oordeel rechtbank

De rechtbank acht de veroordeelde beklaagden, in wisselende samenstelling, schuldig aan 32 feiten van diefstal met braak van voertuigen en aan 62 feiten van witwassen van voertuigen. Het systematisch plegen van deze feiten vormde voor de betrokken beklaagden een verdienmodel.

‘Beklaagde 1’ en ‘beklaagde 3’ dragen daarbij de grootste strafrechtelijke verantwoordelijkheid. Zij organiseerden op systematische wijze de diefstallen, de overbrenging van de gestolen voertuigen naar afgelegen terreinen, het boeken en laden van zeecontainers met gestolen voertuigen en het verschepen van deze containers naar Afrikaanse landen.

‘Beklaagde 1’ fungeerde daarbij als spilfiguur binnen de organisatie. Als overkoepelende leidersfiguur stuurde hij de leden van de criminele organisatie aan en begeleidde hij hen. Om die reden wordt ‘beklaagde 1’ bijkomend veroordeeld als leider van een criminele organisatie.

Eveneens worden 'beklaagde 1' en 'beklaagde 3' veroordeeld voor verboden wapenbezit. In hun respectievelijke privé-voertuigen trof de politie immers een pepperspray aan.

Daarnaast maakte ‘beklaagde 1’ gebruik van commerciële structuren, waaronder een BVBA (‘beklaagde 19’), om de criminele activiteiten te faciliteren. Uit het gevoerde onderzoek blijkt dat deze BVBA nauwelijks economische activiteiten ontplooide en amper officiële inkomsten genereerde. ‘Beklaagde 1’ gebruikte zijn vennootschap dan ook als dekmantel om de illegale herkomst van gelden te camoufleren.

Ook ‘beklaagde 2’ vervulde een aanzienlijke rol binnen de organisatie. Hij was betrokken bij tien voertuigdiefstallen en speelde een cruciale rol bij de overbrenging en/of begeleiding van de gestolen voertuigen. 

Voorts had ook ‘beklaagde 7’ een belangrijke invloed binnen de groep als afnemer van de containers in Afrika.

De overige veroordeelde beklaagden vervulden doorgaans een ondersteunende logistieke rol binnen de organisatie.

Daarnaast worden de veroordeelde beklaagden schuldig bevonden aan lidmaatschap van een strafbare vereniging. Voor en tijdens het plegen van de feiten overlegden de leden van de organisatie voortdurend met elkaar en maakten zij onderlinge afspraken. Hoewel de concrete samenstelling van de groep uitvoerders wisselde, was er steeds voldoende organisatie aanwezig om te kunnen spreken van een strafbare vereniging.

Voorts is het voor de rechtbank niet aanvaardbaar dat de veroordeelde beklaagden de illegale opbrengsten van hun gepleegde misdrijven zouden behouden of hieruit nog enig financieel voordeel zouden halen. De rechtbank beslist daarom tot de volledige verbeurdverklaring van de wederrechtelijk verkregen vermogensvoordelen voor de totale som van 261.429,59 euro. 

De rechtbank sprak tevens twee andere beklaagden vrij (‘beklaagde 14’ en ‘beklaagde 17’). ‘Beklaagde 14’ moest zich verantwoorden voor het verhuren van een garagebox, terwijl ‘beklaagde 17’ de afgelegen terreinen aan zijn woning ter beschikking stelde. ‘Beklaagde 1’ gebruikte beide locaties om gestolen voertuigen te stallen. Volgens de rechtbank kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat deze beklaagden op de hoogte waren van de illegale herkomst van de voertuigen.

Uitspraak op strafgebied 

‘Beklaagde 1’

‘Beklaagde 1’ krijgt de zwaarste straf: een effectieve gevangenisstraf van 7 jaar en een geldboete van 56.000 euro. Hij wordt schuldig bevonden aan 23 feiten van diefstal met braak van voertuigen en aan 51 feiten van witwassen. Daarnaast is hij schuldig aan het verwerven van criminele vermogensvoordelen via zijn bvba, aan verboden wapenbezit (pepperspray) en aan leiderschap van een criminele organisatie.

Ten aanzien van ‘beklaagde 1’ beveelt de rechtbank de verbeurdverklaring van 135.375,08 euro, bestaande uit 35.349,81 euro (zijn persoonlijk aandeel) en 100.025,27 euro (zijn aandeel in de vennootschap).

Ook de BVBA van ‘beklaagde 1’ staat terecht in deze zaak als ‘beklaagde 19’. Deze BVBA is eveneens schuldig aan het verwerven van criminele vermogensvoordelen en krijgt hiervoor een geldboete van 80.000 euro. De rechtbank beveelt voorts de verbeurdverklaring van 20.005,05 euro ten laste van deze BVBA. 

‘Beklaagde 1’ woont in de Brusselse gemeente Evere en heeft de Guinese nationaliteit. De rechtbank stelt vast dat hij de hem ten laste gelegde feiten volledig betwist, evenwel zonder concrete elementen aan te reiken. Hij beschikt over een beladen strafblad en werd reeds tweemaal correctioneel veroordeeld.

‘Beklaagde 3’

‘Beklaagde 3’ krijgt voor zijn betrokkenheid een effectieve gevangenisstraf van 5 jaar en een geldboete van 40.000 euro. Hij wordt veroordeeld voor 8 feiten van diefstal met braak, 11 feiten van witwassen, verboden wapenbezit (pepperspray) en lidmaatschap van een criminele organisatie. De rechtbank beveelt ten aanzien van hem de verbeurdverklaring van 17.674,90 euro.

‘Beklaagde 3’ woont in Roosdaal en is van Congolese origine. Hij heeft een eerder beperkt strafblad en werd niet eerder tot een gevangenisstraf veroordeeld.

‘Beklaagde 2’

‘Beklaagde 2’ wordt schuldig bevonden aan 10 feiten van diefstal met braak, 27 feiten van witwassen en lidmaatschap van een criminele organisatie. Hij krijgt hiervoor een gevangenisstraf van 5 jaar en een geldboete van 40.000 euro. Voor het gedeelte van de gevangenisstraf dat de reeds ondergane detentie overstijgt, wordt uitstel verleend gedurende een proeftijd van 3 jaar. Daarnaast beveelt de rechtbank de verbeurdverklaring van 17.674,90 euro.

‘Beklaagde 2’ woont in de Brusselse gemeente Sint-Gillis en is van Congolese afkomst. Tijdens de zitting toonde hij schuldinzicht en verklaarde hij zijn verantwoordelijkheid te willen opnemen. Hij gaf aan zijn leven te hebben verbeterd en opnieuw te zijn gaan studeren. Hij beschikt over een relatief gunstig strafblad en verleende tijdens het strafonderzoek steeds zijn volledige medewerking.

‘Beklaagde 7’

‘Beklaagde 7’ krijgt voor zijn rol bij 6 feiten van diefstal met braak, 10 feiten van witwassen en lidmaatschap van een criminele organisatie een effectieve gevangenisstraf van 3 jaar en een geldboete van 24.000 euro. De rechtbank beveelt ten aanzien van hem de verbeurdverklaring van 5.438,43 euro.

‘Beklaagde 7’ heeft de Kameroense nationaliteit en is niet ingeschreven in België. Net als ‘beklaagde 1’ heeft ook hij een beladen strafblad.

De rechtbank beveelt eveneens de onmiddellijke aanhouding van ‘beklaagde 1’, ‘beklaagde 3’ en ‘beklaagde 7’. Volgens de rechtbank is er een reëel risico op recidive en op het trachten te ontkomen aan de uitvoering van hun straf.

Overige beklaagden

De overige veroordeelde beklaagden krijgen op strafgebied straffen opgelegd, gaande van een werkstraf van 150 uur tot een effectieve gevangenisstraf van 2 jaar. 

Uitspraak op burgerlijk gebied

Op burgerlijk vlak moet ‘beklaagde 1’ aan vier burgerlijke partijen een totale schadevergoeding betalen van 106.853,73 euro.

Daarnaast wordt ‘beklaagde 1’, samen met ‘beklaagde 2’ en ‘beklaagde 8’, hoofdelijk veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van in totaal 755 euro aan één andere burgerlijke partij.

Motivering rechtbank

De bewezen tenlastegelegde feiten zijn bijzonder ernstig en getuigen van een gebrek aan normbesef en respect voor andermans eigendom. Dat deze feiten werden gepleegd binnen een georganiseerd samenwerkingsverband van meerdere personen, maakt ze des te meer laakbaar. De vereniging beschikte over een sterke structuur en organisatie. Ze was erop gericht was om in binnen- en buitenland zorgvuldig geselecteerde voertuigen te stelen en deze vervolgens op doordachte wijze via zeecontainers naar het Afrikaanse continent te verschepen.

Deze feiten werden onmiskenbaar gepleegd met het oog op winstbejag. Het systematisch plegen ervan vormde voor de betrokken beklaagden duidelijk een verdienmodel en gebeurde met het oog op winstbejag.

Door dergelijke feiten te plegen, dragen de beklaagden bovendien bij aan een verhoogd gevoel van onveiligheid binnen de samenleving.