30/04/2026

De Nederlandstalige arbeidsrechtbank Brussel heeft vanmiddag in twee afzonderlijke vonnissen uitspraak gedaan in een zaak die was aangespannen door twee voormalige crewleden van de televisieserie Thuis tegen de openbare omroep VRT. Aanleiding was de uitbesteding van de productie van het televisieprogramma aan een privéfirma. Volgens beide crewleden werden hun arbeidsvoorwaarden daarbij geschonden. De arbeidsrechtbank kent aan een van de crewleden een morele schadevergoeding toe. 


Feiten

Op 21 april 2022 kondigde de VRT een transformatieplan aan waarin zij bekendmaakte de intentie te hebben om de productie van de soap Thuis uit te besteden. Deze beslissing kaderde in de strategische visie van de VRT om in de toekomst geen eigen fictie meer te produceren. Op het moment van de aankondiging was nog niet duidelijk welke personeelsleden hierdoor zouden worden getroffen.

Eind november 2022 werd bekend dat de productie van Thuis zou worden uitbesteed aan de 'BV Eyeworks Film & TV Drama'. Op 7 december 2022 richtte deze vennootschap een dochteronderneming op, ‘BV Het ThuisHuis’, die instaat voor de productie van Thuis. Deze dochteronderneming ,‘Het ThuisHuis’, zou vanaf 6 februari 2023 instaan voor de productie van Thuis, waarbij ze vanaf die datum ook optreden als werkgever voor de overgedragen werknemers. 

Twee voormalige crewleden van Thuis konden zich niet vinden in deze overgang. Een van hen (‘crewlid 1’) besteedde een deel van haar arbeidstijd aan de productie van Thuis en werkte sinds 1993 voor de VRT als ‘technicus radio-tv’ op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur. Het andere crewlid (‘crewlid 2’) was sinds 1994 bij de VRT in dienst, eveneens met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde duur in de functie van ‘technicus radio-tv’.

Beide voormalige crewleden stapten naar de Nederlandstalige arbeidsrechtbank Brussel. Zij voeren aan dat de VRT onwettig handelde door hun arbeidsvoorwaarden te wijzigen. Ze betwisten dat effectief een overdracht van onderneming plaatsvond.



Oordeel arbeidsrechtbank

De arbeidsrechtbank diende zich in het bijzonder uit te spreken over de volgende vragen:

  • Vond een overdracht van onderneming plaats?
  • Werden de arbeidsvoorwaarden van beide crewleden eenzijdig gewijzigd voorafgaand aan deze overdracht van onderneming?
  • Hebben de crewleden recht op een morele schadevergoeding? 

De Nederlandstalige arbeidsrechtbank Brussel oordeelt dat er wel degelijk sprake is van een overdracht van onderneming in de zin van de Europese richtlijn 2001/23/EG. Zij verwijst daarbij onder meer naar het feit dat ‘Het ThuisHuis’ vanaf 6 februari 2023 zonder onderbreking de productie van Thuis kon voortzetten met de overgenomen personeelsleden. Dit wijst volgens de rechtbank op een economische eenheid die haar identiteit heeft behouden. Daarbij houdt de rechtbank in het bijzonder rekening met het feit dat bij de productie van Thuis het personeel het belangrijkste actief van de onderneming vormt.

Wat betreft de wijziging van de arbeidsvoorwaarden, stelt de arbeidsrechtbank vast dat de VRT inderdaad heeft gepoogd om de arbeidsvoorwaarden van het overgenomen personeel voorafgaand aan de overname te wijzigen. 

Met betrekking tot de beide crewleden stelt de arbeidsrechtbank vast dat: 

  • 'crewlid 1' niet kan aantonen welke schade zij zou hebben geleden door deze loutere poging van de VRT. Er vond bij haar immers geen enkele wijziging van de arbeidsvoorwaarden plaats, aangezien haar arbeidsovereenkomst op het ogenblik van de overdracht op 6 februari 2023 ongewijzigd is overgegaan.
  • 'crewlid 2' vanaf 6 februari 2023 zijn arbeidsovereenkomst in gewijzigde omstandigheden heeft uitgevoerd. Hij voert daarbij aan dat naast de wijziging van loonvoordelen ook zijn functie-inhoud door 'Het ThuisHuis' werd gewijzigd. De rechtbank is van oordeel dat 'crewlid 2' door meer dan anderhalf jaar de arbeidsprestaties verder te zetten deze functiewijziging feitelijk heeft aanvaard. De rechtbank stelt bijgevolg geen eenzijdige wijziging vast van de arbeidsvoorwaarden door ‘Het ThuisHuis’. 


Morele schadevergoeding

Beide voormalige crewleden vorderen daarnaast een morele schadevergoeding van de VRT. Zij voeren aan dat de omstandigheden van de overdracht en de overdracht zelf hen veel stress hebben bezorgd.

De rechtbank toont begrip voor de emoties die gepaard gaan met een overname en met het lange overnameproces, waarbij er gedurende geruime tijd onduidelijkheid bestond over zowel de overnemer als de datum van overdracht. Dit geldt des te meer voor werknemers die op het ogenblik van de overdracht al ongeveer dertig jaar in dienst waren van de VRT en van rechtswege zijn overgegaan naar een private werkgever. Dat zij niet de keuze hadden om bij de VRT te blijven maar van rechtswege zijn overgegaan naar ‘Het ThuisHuis’, is het gevolg van de principes van een overgang van onderneming en vormt volgens de rechtbank geen fout van de VRT. ‘Crewlid 2’ heeft daarom geen recht op een morele schadevergoeding. 

De rechtbank houdt wel rekening met de bijzondere situatie van 'crewlid 1', die tijdens de laatste vier seizoenen van Thuis slechts 51,73% van haar arbeidstijd aan de productie van Thuis besteedde. Dit betekent dat ze een substantieel gedeelte van haar arbeidstijd aan andere producties besteedde. 

‘Crewlid 1’ toont aan dat de VRT‑directie op het moment van de bekendmaking van het transformatieplan verklaarde dat de uitbesteding van Thuis ook voordelen zou kunnen bieden, aangezien medewerkers mogelijk op andere producties zouden kunnen worden ingezet. De rechtbank oordeelt dat de VRT met deze uitspraken een fout heeft begaan. Op dat ogenblik was immers nog (lang) niet bekend wie de overnemer zou worden en of deze het overgedragen personeel effectief op andere producties zou inzetten.

Uiteindelijk heeft ‘crewlid 1’ tijdens haar tewerkstelling bij ‘Het ThuisHuis’, dat uitsluitend werd opgericht voor de productie van Thuis, nooit aan andere producties mogen meewerken. Dit feit op zich kan de VRT niet worden verweten, maar volgens de rechtbank heeft de VRT niet gehandeld als een goede (overheids)werkgever door werknemers nog vóór de start van het overnameproces dergelijke vooruitzichten voor te houden zonder enige zekerheid daarover. De rechtbank neemt aan dat dit voor ‘crewlid 1’, die een groot deel van haar tijd bij de VRT aan andere producties besteedde, inderdaad morele schade heeft veroorzaakt die te onderscheiden valt van de normale emoties die gepaard gaan met een overnameproces. Zij heeft bijgevolg recht op een morele schadevergoeding, die door de rechtbank definitief wordt begroot op 1,00 euro.