Het hof van beroep Gent heeft de veroordeling van de ex-burgemeester van Staden wegens belangenneming deels bevestigd. Voor twee andere tenlasteleggingen – waaronder het verduisteren van een schattingsverslag - heeft het hof de beklaagde vrijgesproken.
Feiten en tenlasteleggingen
De beklaagde stond terecht omdat hij vanuit zijn functie als burgemeester van Staden diverse panden in zijn gemeente had aangekocht om deze later met een grote meerwaardeprijs te verkopen binnen het kader van diverse bouwprojecten. Hij had eveneens door een tussenpersoon via een schattingsverslag van de gemeente een van de panden aan een lagere prijs proberen aankopen.
Op basis van deze feiten moest de beklaagde zich voor de correctionele rechtbank in Kortrijk verantwoorden voor:
- het verduisteren van een openbaar schattingsverslag
- belangenneming in verrichtingen en aanbestedingen door beherende of toeziende ambtenaren
Oordeel correctionele rechtbank van eerste aanleg
De correctionele rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, veroordeelde op 18 maart 2025 de beklaagde tot een gevangenisstraf van 1 jaar met uitstel voor een periode van 5 jaar, en een geldboete van 24.000 euro. De beklaagde verloor voor een periode van 10 jaar het recht om openbare ambten, bedieningen of betrekkingen te vervullen. Er werd tevens een bijzondere verbeurdverklaring voor 178.000 euro uitgesproken.
Zowel de beklaagde als het openbaar ministerie gingen tegen dit vonnis in beroep.
Oordeel hof van beroep
Verduistering openbaar schattingsverslag
Het hof oordeelt dat het onderzoek te weinig objectieve elementen bevat om met de nodige zekerheid te besluiten dat de beklaagde het schattingsverslag met bedrieglijk opzet heeft verduisterd. Er bestaat zowel twijfel over het materieel element als over het moreel element van het misdrijf. Gelet op het strafrechtelijk grondbeginsel dat twijfel de beklaagde steeds ten goede moet komen, wordt de beklaagde vrijgesproken van deze feiten.
Belangenneming panden Ieperstraat
De beklaagde werd hier verweten dat hij in zijn hoedanigheid van burgemeester en verantwoordelijke voor ruimtelijke ordening en stedenbouw voor de gemeente Staden, een winst van 178.000 euro kon realiseren door de aan- en verkoop van twee panden (Ieperstraat 97 en 101). Vanuit zijn functie had hij immers kennis dat deze panden onderdeel gingen vormen van een gepland bouwproject. Hij was eveneens betrokken bij de behandelingen van het betreffende project.
Net als voor de eerste rechter is het voor het hof duidelijk dat de beklaagde zijn private belangen met de publieke belangen heeft vermengd. De aan- en verkoop kwam er alleen omdat de beklaagde als burgemeester en schepen van ruimtelijke ordening op de hoogte en betrokken was bij de voorbereiding, realisatie en uitvoering van de toekomstplannen voor de projectsite Sint-Jan. Zijn investeringen liepen parallel met het uitoefenen van zijn invloed en bevoegdheden als burgemeester en schepen.
De eerste rechter verwees terecht naar zijn tussenkomsten om het gemeentebeleid in de richting te sturen van een uitbreiding van het masterplan voor de site Sint-Jan met de percelen gelegen in de Ieperstraat 97, 99 en 101. Op basis van dit masterplan zou in de toekomst een nieuw GRUP worden opgesteld. De beklaagde had er alle belang bij dat deze visie werd afgestemd op de bedoelingen van de projectontwikkeling waartoe hij zelf het initiatief had genomen.
Het standpunt van de beklaagde dat hij alleen, zoals een normale burger en met de kennis die vrij beschikbaar was, een opportuniteit zag, is onjuist. De tijdslijn van zijn handelingen wijst op een heimelijk en weldoordacht plan, waarbij hij de omstandigheden zo creëerde dat hij een uitzonderlijke financiële bonificatie kon ontvangen in een project waarover hij als burgemeester en schepen een adviserende en beslissende invloed had.
Belangenneming panden Kapelleriestraat
De beklaagde werd hier verweten dat hij in zijn hoedanigheid van burgemeester en verantwoordelijke voor ruimtelijke ordening en stedenbouw voor de gemeente Staden, een winst van 285.000 euro kon realiseren door de aan- en verkoop van onroerend goed in de Kapelleriestraat 34 en 34+. Dit onroerend goed werd later onderdeel van een mogelijke projectrealisatie, waarbij de beklaagde ook tussenkwam bij de beslissingen rond de vergunningen.
Het hof heeft de stukken van het strafdossier onderzocht en komt tot het besluit dat daaruit niet met de nodige zekerheid kan afgeleid worden dat deze feiten bewezen zijn. Het onderzoek bevat te weinig objectieve elementen om met de nodige zekerheid te besluiten dat er bij deze panden sprake was van belangenneming. Er bestaat zowel twijfel over het materieel element als over het moreel element van het misdrijf. Gelet op het strafrechtelijk grondbeginsel dat twijfel de beklaagde steeds ten goede moet komen, wordt de beklaagde vrijgesproken van deze feiten.
Strafmaat
Het hof veroordeelt de beklaagde tot een gevangenisstraf van 1 jaar met uitstel voor een periode van 5 jaar, en een geldboete van 24.000 euro, waarvan 12.000 euro met uitstel voor een periode van 3 jaar. De beklaagde verliest voor een periode van 10 jaar het recht om openbare ambten, bedieningen of betrekkingen te vervullen. De bijzondere verbeurdverklaring van 178.000 euro wordt bevestigd.
Aan de burgerlijke partij moet de beklaagde een schadevergoeding van 11.450 euro betalen.
Motivering hof
Bij het bepalen van de schuldvraag, de strafmaat en de afmeting van de burgerlijke belangen hield het hof onder andere rekening met volgende elementen:
- De beklaagde vermengde uit gemakkelijk winstbejag zijn privébelangen met het publieke belang. Dit gedrag is vanuit maatschappelijk oogpunt bijzonder afkeurenswaardig. Het brengt ernstige schade toe aan het vertrouwen van de burgers van de gemeente Staden in hun bestuur en aan het vertrouwen van alle burgers in dit land in de politiek in het algemeen. Hij droeg zo bij aan de vervreemding van de burger ten aanzien van de politiek, en besmette het mandaat van de politici die zich wel dagelijks belangeloos en oprecht inzetten.
- De beklaagde bracht schade toe aan de eigenaars van de twee percelen in de Ieperstraat. Zij stonden in een onevenwichtige onderhandelingspositie. De beklaagde heeft tot op heden nog geen enkele poging gedaan om de schade en/of het maatschappelijk evenwicht te herstellen.
- Door deze feiten van belangenneming heeft de beklaagde op een oneerlijke manier de burgerlijke partij in een onevenwichtige onderhandelingspositie geplaatst. Hierdoor werd haar minstens de kans ontnomen om een hogere vraagprijs in te stellen of bepaalde informatie, waarover de beklaagde enkel door de belangenneming beschikte, bij de onderhandelingen te gebruiken en zo een hogere verkoopprijs te kunnen bekomen.
- De persoonlijkheid en het gunstig strafverleden van de beklaagde.
Hieronder vindt u de geanonimiseerde versie van het arrest.