De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge heeft een man veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar wegens diverse brandstichtingen in Torhout. Hij moet ook de schade van de talrijke burgerlijke partijen vergoeden.
Feiten
In Torhout vonden verschillende opzettelijke brandstichtingen plaats:
-
op 20 november 2020 aan een BMW, met ook schade aan een Ford een kledingzaak;
-
op 1 juni 2024 aan een Renault, met ook schade aan een Opel, een Mercedes en een woning;
-
op 24 januari 2025 aan een Opel;
-
op 30 augustus 2025 aan een bewoond appartementsgebouw;
-
op 16 september 2025 aan een garagebox, met ook schade aan twee aangrenzende garageboxen met inhoud;
-
op 31 oktober 2025 aan een Volkswagen, met ook schade aan een Mercedes en een woning.
De beklaagde is de dader van al deze brandstichtingen. Dit blijkt onder meer uit:
-
analyse van verschillende camerabeelden;
-
analyse van het gsm-toestel van beklaagde (waaronder de locatie);
-
de resultaten van een huiszoeking (waarbij aanmaakblokjes en een fles WD-40 werden aangetroffen);
-
de feiten tonen grotendeels een gelijkaardige modus operandi;
-
alle feiten vonden plaats in de nabije omgeving van de woning van beklaagde;
-
beklaagde was sinds 2011 reeds 10 maal melder of getuige was van verschillende feiten van brandstichting;
-
beklaagde deed opzoekingen naar de feiten van 30 augustus 2025, 16 september 2025 en 31 oktober 2025.
Tenlasteleggingen
Het openbaar ministerie vorderde de volgende veroordelingen van beklaagde, telkens met de verzwarende omstandigheid dat de brand bij nacht werd gesticht:
-
opzettelijke brandstichting van andermans roerende goederen;
-
opzettelijke brandstichting van bouwwerken of vervoermiddelen met vermoeden menselijke aanwezigheid;
-
opzettelijke brandstichting van andermans onroerende eigendommen zonder vermoeden menselijke aanwezigheid;
-
overslaande brand op bouwwerken of vervoermiddelen met vermoeden menselijke aanwezigheid door opzettelijke brandstichting van andermans roerende goederen.
Straf en schadevergoedingen
De rechtbank heeft de beklaagde veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar. De beklaagde zal onder toezicht van de strafuitvoeringsrechtbank een ernstig en gestructureerd reclasseringstraject moeten uitwerken, met het oog op een geleidelijke en maatschappelijk verantwoorde terugkeer als aangepast burger. Bij het bepalen van de strafmaat hield de rechtbank onder andere rekening met de aard en de ernst van de feiten, de twaalf gerechtelijke antecedenten (met onder meer een veroordeling wegens brandstichting), de persoonlijkheidsproblematiek en het antisociaal gedragspatroon van beklaagde en de mentale en materiële impact op de slachtoffers. De rechtbank oordeelde ook dat geen geestesstoornis aanwezig was die de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de beklaagde beïnvloedt.
De beklaagde moet ook de schade van de talrijke burgerlijke partijen vergoeden.
Hij werd na de uitspraak van de rechtbank onmiddellijk aangehouden.