Op 1 september 2025 gaat politierechter Annette Pollet met pensioen. Het ideale moment om even terug te blikken op haar lange loopbaan in de magistratuur. “Je ziet als rechter slachtoffers en daders, maar in de eerste plaats ook mensen.”
U startte in 1984 als advocaat aan de balie van Kortrijk, om in 1991 substituut-procureur des konings te worden bij het Openbaar Ministerie. Waarom koos u voor de magistratuur?
Annette Pollet: Als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat mijn familiale situatie toen een grote rol heeft gespeeld. Ik had op dat moment jonge kinderen en ik wou meer tijd aan mijn gezin kunnen besteden, in die zin dat ik alles beter kon inplannen. De advocatuur is een prachtige job, maar ze eist onnoemelijk veel tijd van je op. Maar dat betekent uiteraard niet dat ik spijt had van mijn overstap naar de magistratuur. Integendeel, karakterieel lag de functie van rechter me zelfs beter.
U werkte zowel als jeugdrechter, als vrederechter en als politierechter. Wat vond u de meest boeiende functie?
Annette Pollet: Ik ben altijd heel graag jeugdrechter geweest. Persoonlijk vond ik dat de meest boeiende periode uit mijn loopbaan. Je kwam heel nauw in contact met de mensen die voor jou verschenen. Maar tegelijk bleek dat voor mij ook een valstrik. Toen mijn kinderen dezelfde leeftijd kregen als de kinderen in mijn dossiers kraakte er iets. Gevoelsmatig werd het te moeilijk om mijn emoties opzij te schuiven.
Ik ben in 2007 overgestapt naar de functie van vrederechter in het kanton Harelbeke. Ook daar had ik een zeer nauw contact met mensen. Maar na bepaalde hervormingen binnen justitie (oprichting familierechtbank, wijziging van bevoegdheden,…) lag de nadruk voor mij persoonlijk teveel op de bewindvoeringen. Terwijl ik persoonlijk meer voldoening had bij het afwerken van een louter burgerlijk dossier, waaronder het schrijven van een vonnis. Maar eerlijk is eerlijk: als mijn kanton in 2017 niet was afgeschaft, was ik vrederechter gebleven.
Ik ben toen politierechter geworden. Dat was op dat moment niet mijn loopbaanplan. Maar jaren later moet ik toegeven dat ik eigenlijk liever politierechter was dan vrederechter. Ik zetelde vier jaar in Ieper en de laatste jaren in Kortrijk.
Hoe zou u zichzelf omschrijven als rechter?
Annette Pollet: Ik luisterde heel graag naar mensen en kon me goed inleven in bepaalde situaties. Ik vond mezelf eerder empathisch dan streng. Maar ik was ook realistisch. De beklaagden moesten geen excuses blijven zoeken.
Ik vermoed dat u er wel wat gehoord hebt.
Annette Pollet: Je kan je het niet voorstellen (lacht). Het was hun verjaardag, ze kwamen van een kerstfeest, ze wisten niet dat die pousse-café zoveel alcohol bevatte,…
Ik heb wel ervaren dat leeftijd een belangrijk element is om de functie van rechter uit te oefenen. Je moet een bepaalde maturiteit bezitten om de knepen van het vak te kennen. De voorzitter van mijn rechtbank zei dat ik bij uitstek een eerstelijnsrechter was. En dat was wel juist. Ik zou bijvoorbeeld niet kunnen aarden in een ondernemingsrechtbank. Ik zou dat te onpersoonlijk vinden. In al mijn functies kwam ik altijd in nauw contact met mensen. Als jeugdrechter in gesprekken met kinderen, als vrederechter op bezoek bij mensen, en als politierechter met de mensen in je zittingszaal. Ik heb het altijd belangrijk gevonden om te weten wat er leeft binnen de maatschappij. (tekst gaat verder onder de foto, red)
Welke zaken zijn u het meest bijgebleven?
Annette Pollet: Alle zaken waarbij dodelijke slachtoffers vielen. Ik woon in Kortrijk en ik ken er alle plaatsen waar dodelijke ingevallen zijn gebeurd. Voor zulke zaken maakte ik ook bewust veel tijd, en liet ik alle partijen uitgebreid aan het woord. Soms vertelden nabestaanden dat ze nog geen contact hadden gehad met de dader. Het gebeurde dan dat die eerste contacten in mijn zittingszaal plaatsvonden. Je ziet als rechter slachtoffers en daders, maar in de eerste plaats ook mensen.
Mijn laatste ernstige zaak was een chauffeur die inreed op een bushokje. Daar vielen toen twee doden en enkele zwaargewonden, waaronder een moeder en kind uit eenzelfde familie. De chauffeur zat daar als een gebroken man. Uiteraard deed hij het niet bewust, en er was ook geen sprake van alcohol of drugs. Maar hij had dat ongeval wel veroorzaakt. Zoiets blijft je bij. Het doet me ook nadenken over het noodlot. Veel ongevallen gebeuren in een fractie van een seconde.
Zag u de laatste jaren het gebruik van middelen achter het stuur toenemen?
Annette Pollet: Absoluut. Er is uiteraard de klassieker alcohol, maar zeker het druggebruik neemt onrustwekkend toe. En dat ondanks alle campagnes en sensibiliseringsacties. Je ziet ook hoe drugs mensen verandert en agressiever maakt. Verkeersagressie, bumperkleven,… Daarom vind ik het een goede zaak dat het parket de laatste jaren meteen dagvaardt als er drugs in het spel is. Ik lees ook dat de termijn van onmiddellijke intrekking van het rijbewijs zou stijgen van twee weken naar een maand. Dat kan ik alleen maar toejuichen. Want die maatregel heeft een veel grotere en onmiddellijkere impact op mensen dan dat ze een jaar later een boete moeten betalen.
Is de jeugdige generatie meer bewust van veilig rijden?
Annette Pollet: Ik denk niet dat leeftijd zo een grote rol speelt. Je hebt een grote groep mensen die nooit onder invloed achter het stuur plaatsneemt, maar je hebt ook een beperkte groep die blijft volharden in de boosheid. Die mensen kan je straffen zoveel je wil, ze stoppen niet. En dat zie je binnen alle leeftijden, van heel jong tot oud. Met dan het verschil dat het bij ouderen vooral om alcohol gaat, terwijl drugs meer een probleem van de jongere generaties is.
De magistratuur pleit al maanden voor betere werkomstandigheden, meer middelen en meer personeel. Hoe kijkt u hiernaar?
Annette Pollet: Ik begrijp die vragen heel goed. Veel magistraten, griffiers en medewerkers zijn jonge mensen die nog een hele carrière voor de boeg hebben. Als je ziet welke moeite bedrijven doen om jonge medewerkers aan te trekken, en je kijkt dan naar justitie… Dat is gewoon erbarmelijk. De infrastructuur, de werkomstandigheden,… Als je zelfs een balpen moet aanvragen. Ik snap perfect dat mensen dat beu worden.
Zelf heb ik ondervonden dat een modern bureau en een aangename omgeving je zoveel meer voldoening en arbeidsvreugde geven. In Ieper zijn we met de politierechtbank verhuisd van een oud gebouw naar een moderne rechtbank. Ook in Kortrijk had ik een bureau in het nieuwe gerechtshof.
Ik blijf erbij dat justitie drijft op een ongelofelijke goodwill van haar medewerkers. Want er worden altijd beloftes gemaakt, maar in de praktijk verandert er fundamenteel niks. Ik hoop echt dat men deze keer wél iets kan bereiken! Want er is een lange weg te gaan.
Kijkt u uit naar uw pensioen?
Ik heb mijn werk altijd heel graag gedaan, maar er is een tijd voor alles. En dus ook om te stoppen, zeker op een moment dat je nog in goede gezondheid bent en dingen kunt plannen. Ik denk dan aan reizen, de kleinkinderen,… Bovendien gaat mijn man in november ook met pensioen. Ik denk dus niet dat ik in het zwarte gat zal vallen.
Tekst: Peter Catthoor