De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge heeft een supporter vrijgesproken die werd vervolgd voor onopzettelijke brandstichting, met de omstandigheid dat de feiten begaan werden omwille van en ter gelegenheid van de organisatie van een voetbalwedstrijd. De rechtbank stelt vast dat hij het vuur heeft gedragen, maar uit niets blijkt dat hij dit deed zonder voldoende voorzorg, terwijl de brand evenmin zo door hem werd veroorzaakt.
Feiten
Op 5 november 2025 was er in Brugge een voetbalwedstrijd tussen Club Brugge KV en FC Barcelona. De supporters van FC Barcelona konden met een lijnbus vanaf ’t Zand te Brugge naar het stadion van Club Brugge KV, waar de wedstrijd zou doorgaan, gevoerd worden. Het was een gelede bus, die uit twee delen bestond, waarbij het tweede gedeelte door middel van een accordeonaansluiting en een draaiplateau met het eerste gedeelte verbonden was.
Om 19.15 uur heeft de lijnbus vuur gevat. De chauffeur van de lijnbus verklaart dat de brand zich voordeed juist aan de plaats waar de accordeon is. In de accordeonaansluiting zijn geen vensters. Op een filmpje van ongeveer vijf seconden zijn vijf supporters van FC Barcelona te zien. Tussen de mannen ligt, aan de zijkant tegen de rubberen plooiwand, een hevig brandende staaf Bengaals vuur op de grond. Een van de mannen raapt het Bengaals vuur op en zwaait ermee, een tweede man is het tafereel aan het filmen en een derde man houdt een sjaal voor de mond. Er waren toen ongeveer 100 personen op de bus.
Ter plaatse gekomen trof de politie de lijnbus aan die enorme brandschade vertoonde en binnenin bijna volledig uitgebrand was.
Vervolging
Een supporter werd door de procureur des Konings vervolgd voor onopzettelijke brandstichting, met de omstandigheid dat de feiten begaan werden omwille van en ter gelegenheid van de organisatie van een voetbalwedstrijd.
Vrijspraak
Er moeten drie zaken bewezen worden om de supporter hiertoe te kunnen veroordelen:
▪ Hij moet licht of vuur gedragen of laten staan hebben.
Het staat inderdaad vast dat beklaagde op een bepaald moment het Bengaals vuur opraapte, in de hand had en dan terug neerlegde.
▪ Hij moet dit gedaan hebben zonder voldoende voorzorg.
Uit niets blijkt dat hij dit deed zonder voldoende voorzorg. Er was weinig beweegruimte. Beklaagde nam het Bengaals vuur op en moet het binnen de 2 tot 3 seconden (zoals blijkt uit de tijdsaanduidingen op de filmpjes) terug neergelegd hebben. Dit laat niet toe alle pro’s en contra’s van een handeling duidelijk af te wegen en is niet zonder meer een blijk van gebrek aan voldoende voorzorg. Post factum kan uiteraard steeds gezegd worden dat hij beter iets anders wel of niet gedaan had; in de achteruitkijkspiegel heeft men steeds gelijk.
Uit niets blijkt dat iemand van buiten kon zien dat beklaagde bij de feiten zou gedanst of gelachen hebben. Hoe dit trouwens van buitenaf te zien zou kunnen geweest zijn terwijl uit een foto van de CCTV camera’s van de bus duidelijk blijkt dat hij door allerlei mensen omringd is en klein van gestalte is, is de rechtbank totaal onduidelijk. Hoe beklaagde zou hebben kunnen dansen terwijl uit alle foto’s blijkt dat de passagiers op elkaar gepakt stonden, is nog veel minder duidelijk. Dit geldt des te meer waar de bus zich meteen met rook vult. Op één foto is de beklaagde te zien al zwaaiend met zijn vlag, terwijl op een foto van amper drie seconden later in de bus zelf al niets (en dus ook beklaagde niet) meer te zien is door de rookontwikkeling. Als in de bus al niets te zien is, stelt de vraag zich hoe men iets kan gezien hebben van buiten uit.
Dit element is niet bewezen.
▪ Dit moet als gevolg gehad hebben dat hij zo brand aan roerende of onroerende goederen veroorzaakte.
Uit de foto’s op de bus genomen blijkt dat beklaagde zelf het Bengaals vuur niet aanstak. Het gaat duidelijk om iemand anders. Beklaagde is zichtbaar met een vlag aan het zwaaien. Hij raapte het Bengaals vuur enkel op toen het op de grond lag. Uit niets blijkt dat beklaagde door het louter vastnemen en terugleggen van het Bengaals vuur de brand veroorzaakte. Integendeel, op het ogenblik dat beklaagde de toorts vastnam brandde deze reeds en uit geen enkel element blijkt met een redelijke mate van zekerheid dat er nog enige wijze was waarop hij de reactie nog kon stoppen. Of hij deze nu opnam of niet, of hij deze nu vasthield of niet, het resultaat was onvermijdelijk hetzelfde, met name een intens vuur en warmteontwikkeling. Het zijn niet de handelingen van beklaagde die de brand veroorzaakt hebben. Dit element is niet bewezen.
Waar niet alle elementen bewezen voorkomen moet de beklaagde vrijgesproken worden.
Burgerlijke partij
Gelet op de vrijspraak van beklaagde zijn de burgerlijke partijstellingen niet gegrond.